Menu

Home

Leiderschap

Project management

Quality management

Marketing management

Financieel management

Management boeken

Managementbegrippen

MANAGEMENTHELP

Uw snelle hulp bij management onderwerpen.

Deze site wil informeren over management onderwerpen. Heeft u een goede suggestie, mailt u dan naar informatie@managementhelp.nl

Financieel Management

Managementbegrippen uit het financieel management.

Kengetallen

Current ratio
Current ratio is een kengetal om de liquiditeit van een bedrijf te meten. Het geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen (kortlopende schulden) uit de vlottende activa kunnen worden betaald. Current ratio=vlottende activa/vlottende passiva

Quick ratio
Quick ratio, of acid test ratio meet de liquiditeit van een bedrijf maar houdt rekening met de voorraden. Het geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen uit de vlottende activa kunnen worden betaald. Hier worden alleen de voorraden, in tegenstelling tot de current ratio, niet meegerekend. Deze kunnen vaak niet geheel verkocht worden omdat daarmee de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Bovendien is er bij gedwongen verkoop meestal verlies van waarde. Quick ratio= (vlottende activa - voorraden)/vlottende passiva

Werkkapitaal
Werkkapitaal (ook wel nettowerkkapitaal) is het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een onderneming en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Werkkapitaal = vlottende activa - kort vreemde vermogen

Solvabliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de onderneming in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend als een verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Een methode is het bekijken in hoeverre het in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Er wordt gekeken of in de situatie van liquidatie de verschaffers van het vreemde vermogen kunnen worden betaald. De solvabiliteitsratio = eigen vermogen/totaal vermogen

Cashflow ratio
Hoe hoger de uitkomst van de cashflow ratio des te eenvoudiger de onderneming aan haar verplichtingen aan de verschaffers van het lang vreemd vermogen kan voldoen. cashflow ratio= (resultaat + afschrijvingen)/ (rentelasten + aflossing op lang vreemd vermogen)

Rentabiliteit totaal vermogen
De rentabiliteit van het totaal vermogen (afgekort tot RTV, Engels: Return on Assets, afgekort ROA) is een kengetal dat de winstgevendheid aangeeft van het gemiddeld totaal vermogen vóór aftrek van de interest =winst/totaal vermogen

Internal rate of return (IRR)
De interne rentevoet is de ‘break-even’ rentevoet. Het is de hoogste rente die kan worden betaald op de investering om quitte te spelen.

Return On Investment (ROI)
De Return on Investment is een ratio waarbij het resultaat uitgedrukt wordt als percentage van het vermogen dat geïnvesteerd is.

Activity Based Costing

Activity Based Costing is een manier om kosten aan producten en diensten toe te wijzen. Door het gebruik van kostenplaatsen wordt een realistischer inzicht verkregen in de kosten verdeling. Met name overheadkosten worden beter verdeeld.

Beyond Budgetting

Een model waarin de traditionale manier van budgettering wordt losgelaten en vervangen wordt door een aantal managementtechnieken. Er zijn 10 principes waarvan er 4 gericht zijn op een flexibele organisatiestructuur en 6 op een adaptief prestatiemanagement. De methode haalt de huidige beperkingen van het budgetteren weg (politiek instrument, onderhandelingstijd, budgetgericht ipv prestatiegericht). De principes:

Flexibele organisatiestructuur:

  • Decentraliseer de hiërarchische organisatiestructuur naar zelfsturende eenheden
  • Vergroot, binnen strategische grenzen, de handelingsvrijheid van medewerkers
  • Vergroot de beslissingsbevoegdheid van medewerkers om autonoom beslissingen te kunnen nemen
  • Coördineer activiteiten op basis van de marktvraag in plaats van het op basis van het budget
  • Adaptief prestatiemanagementproces:

  • Bepaal doelen op basis van de resultaten en doelen van concurrenten
  • Richt strategische managementkeuzen continu op de klant
  • Wijs geldmiddelen toe o.b.v. verwachte waardecreatie in plaats van o.b.v. het budget
  • Maak meerdere prognoses per jaar voor continue reële toekomstverwachtingen voor de organisatie
  • Creëer zelfcontrole door prestaties van de eenheden te meten en te vermelden in ranglijsten
  • Baseer de prestatiebeloning op de prestaties van de gehele organisatie
  • DuPont model

    Het DuPontmodel berekend een zgn. Return on Assets waarbij zowel kengetallen uit de balans als uit de winst & verliesrekening worden meegenomen. Het geeft een indicatie voor de winstgevendheid van een bedrijf.

    Balanced scorecard

    Een prestatiemeetmethode waarin ook vanuit financieel perspectief naar de prestaties wordt gekeken. Zie Quality management voor meer informatie.

    IAS

    IAS staat voor International Accounting Standards en geeft regels voor het vastleggen van transacties in financiele verslagen.

    Leveraged Buyout (LBO)

    Bij een Leveraged Buyout is de overname van een bedrijf voornamelijk berust op geleend geld, dat later door het overgenomen bedrijf moet worden terug betaald. De activa van het overgenomen bedrijf zijn het onderpand bij de lening. Het voordeel is dat investeerders een bedrijf overnemen met een minimale inzet van eigen kapitaal. Het nadeel is dat het overgenomen bedrijf direct opgezadeld wordt met grote schulden.

    Management buy-out (MBO)

    Bij een management buy-out (MBO) wordt een bedrijf of unit uitgekocht (en dus overgenomen) door het zittende management. Men kan bijvoorbeeld besluiten om verliesgevende business units te verkopen en onder een andere (juridische) naam door te gaan.

    Value Based Management

    Een management methode waarbij constant gestuurd wordt op (aandeelhouders)waarde. Er zijn 3 elementen in VBM:

  • Het creëren van waarde: hoe het bedrijf de toekomstige waarde kan verhogen
  • Managing for value
  • Waardemeting
  • Treasury

    Treasury houdt zich bezig met het beheren van het geld van de onderneming, het beheersen en besturen van de financiele posities, de kosten en de risico's. Risico's die financieel vaak bekeken worden zijn kredietrisico, liquiditeitsrisico, renterisico, solvabiliteitsrisico en het valutarisico.

    Cashmanagement

    Het cashmanagement zorgt voor de optimalisatie van financiële stromen binnen de organisatie, naar de bank en naar externe organisaties. Het is vergelijkbaar met logistiek management maar dan voor geld/kasstromen.

    Corporate finance

    Corporate finance of ondernemingsfinanciering heeft als taak het financieren van de onderneming op lange termijn. Omdat men telkens kapitaal aan moeten trekken zal de vermogensmarkt goed in de gaten gehouden worden.

    Durfkapitaal (Venture capital)

    Durfkapitaal is het investeren/financieren van ondernemingen met een hoog risico. Bijvoorbeeld startende bedrijven met nog niet bewezen concepten.

    Total cost of ownership (TCO)

    TCO zijn alle kosten (over een langere periode) die gemoeid zijn met het verkrijgen en bezitten van activa. De TCO van bijvoorbeeld software kan zijn de aanschafkosten, de implementatiekosten, de opleidingskosten en de onderhoudskosten.

    Sunk Costs

    Het al geïnvesteerd vermogen dat hoe dan ook weg is, of het project nu doorgang vindt of niet (telt niet mee bij de go/no go beslissing).

    Financieel managementbegrippen

    Naast bekende financiele management begrippen zijn er vele termen die direct of indirect met financieel management te maken hebben. Kijk op Managementbegrippen voor meer informatie.