Menu

Home

Leiderschap

Project management

Quality management

Marketing management

Financieel management

Management boeken

Managementbegrippen

MANAGEMENTHELP

Uw snelle hulp bij management onderwerpen.

Deze site wil informeren over management onderwerpen. Heeft u een goede suggestie, mailt u dan naar informatie@managementhelp.nl

Managementbegrippen

Hieronder vindt u managementbegrippen. Klik op een begrip om de omschrijving te zien.

4P Marketingmix

De marketingmix zijn de instrumenten die een organisatie kan gebruiken voor de marketingstrategie. Alle P's worden naast elkaar gebruikt en zijn afhankelijk van de doelstellingen, de markt en de concurrentie.

  • Product (en diensten): de producteigenschappen benadrukken in de marketing
  • Prijs: een snel te veranderen factor en daardoor een veel gebruikt marketing-instrument
  • Plaats: vooral bij consument-marketing is het locatievoordeel een bruikbaar instrument
  • Promotie: de communicatie van een bedrijf gericht op het stimuleren van de verkoop
  • 7-S framework van McKinsey

    Het 7S-model van McKinsey (Tom Peters, Robert Waterman,Richard Pascale) meet de kwaliteit van de prestaties in de onderneming. De zeven 'S'-factoren zijn:

    • Shared values (gezamelijke normen en waarden)
    • Strategy (strategie)
    • Structure (structuur)
    • Systems (systemen)
    • Style (stijl)
    • Staff (staf)
    • Skills (vaardigheden)

    Activity Based Costing

    Activity Based Costing is een manier om kosten aan producten en diensten toe te wijzen. Door het gebruik van kostenplaatsen wordt een realistischer inzicht verkregen in de kosten verdeling. Met name overheadkosten worden beter verdeeld.

    AIDA model

    Het AIDA-model is een klassiek marketingmodel dat ook door verkopers wordt toegepast. Een consument doorloopt in de marketingcommunicatie 4 stappen. Deze stappen geven inzicht in de koopsituatie van de consument:

  • Attention
  • Interest
  • Desire
  • Action
  • Affiliate Marketing

    Affiliate marketing wordt toegepast op internet. Een affiliate programma is een manier om de verkoop te verhogen door gericht verkeer naar een website te krijgen. De webwinkel/adverteerder betaalt de affiliate (iemand die via internet/een website meehelpt te verkopen) voor elke bezoeker, lead of sale die hij genereert.

    Ansoff model

    Groeistrategieen afhankelijk van de markt en het product

  • Bestaande markt, bestaand product: marktpenetratie, concurreren
  • Bestaande markt, nieuw product: productontwikkeling, hiermee houdt men voorsprong
  • Nieuwe markt, bestaande product: marktontwikkeling
  • Nieuwe markt, nieuw product: diversificatie, naast de bestaande markt/product combinaties
  • Balanced Scorecard

    De Balanced Scorecard biedt een praktische manier om de prestaties van een organisatie weer te geven. Met deze methode kunnen op effectieve manier doelstellingen worden vastgesteld en worden gecommuniceerd door de organisatie. Het slaat een brug tussen het definiëren van doelstellingen en het bereiken daarvan. De Balanced Scorecard biedt een overzichtelijk prestatie-meetsysteem waarbij er vanuit verschillende invalshoeken (perspectieven) gekeken wordt naar de organisatie. Kijk voor meer informatie op Quality management.

    BCG-matrix

    De BCG-matrix is een portfolio-analyse en is ontwikkeld door de Boston Consulting Group. In de BCG-matrix worden producten of bedrijfseenheden beoordeeld op een tweetal kenmerken:

  • Het marktaandeel dat het product/bedrijfseenheid heeft verworven
  • Het groeipotentieel van de markt voor dat product of bedrijfseenheid.

  • De uitkomst word gezet in een matrix waarbij het kwadrant van de matrix een veelzeggende aanduiding krijgt:

  • Klein marktaandeel en klein groeipotentieel wordt aangeduid met een hond
  • Klein marktaandeel en groot groeipotentieel wordt aangeduid met een vraagteken
  • Groot marktaandeel en klein groeipotentieel wordt aangeduid met een melkkoe ('cash cow')
  • Groot marktaandeel en groot groeipotentieel wordt aangeduid met een ster
  • Benchmarking

    Benchmarking is een methode om de prestaties van systemen of organisaties met elkaar te vergelijken. Er zijn 3 stappen:

    • Vergelijk de eigen processen en prestaties met die van de anderen
    • Analyseer de verschillen tussen de processen en prestaties
    • Verbeter de eigen processen met de verkregen informatie

    Beyond Budgetting

    Een model waarin de traditionale manier van budgettering wordt losgelaten en vervangen wordt door een aantal managementtechnieken. Er zijn 10 principes waarvan er 4 gericht zijn op een flexibele organisatiestructuur en 6 op adaptief prestatiemanagement. De methode haalt de huidige beperkingen van het budgetteren weg (politiek instrument, onderhandelingstijd, budgetgericht ipv prestatiegericht). Kijk voor meer informatie op Financieel management.

    Blue Ocean strategy

    Met de Blue Ocean Strategy wordt de aandacht van managers verlegd van de bekende markten en concurrenten naar nieuwe en onontgonnen markten, de Blue Oceans. De Blue Ocean Strategy geeft aan hoe men blue oceans kan ontdekken en bewerken.

    Brand Asset valuator

    Brand Asset valuator is een methode om de waarde van een merk te bepalen door

    • Differentiatie: kan het merk zich onderscheiden van andere merken
    • Relevantie: het belang voor de meeste klanten
    • Waardering: de waardering in de perceptie van de klant
    • Kennis: het begrip van de identiteit van het merk door de klant

    Business Process Reengineering (BPR)

    Business Process Reengineering (BPR, ) is een methode waarin een organisatie zijn bedrijfsprocessen fundamenteel herstructureert voor grote verbeteringen. Het kan effect hebben op de organisatiestructuur, de managementstijl en organisatiecultuur.

    Business intelligence (BI)

    Business intelligence is het verzamelen en analyseren van informatie over klanten, beslissingsprocessen, concurrentie, markttoestand en algemene economische, technologische en culturele trends voor beslissingsondersteunende informatie.

    Business case

    De kosten/baten analyse van een project. Men kan een business case maken voor het project als geheel en voor elke fase binnen een project. Men heeft dan telkens een zakelijke afweging om een fase te starten en het geeft het bestaansrecht van een project aan.

    Capability Maturity Model (CMM)

    Dit is een model om het niveau van de software-ontwikkeling in een organisatie te omschrijven. Er zijn 5 niveaus:

    • Initial: ad hoc. Problemen worden pas aangepakt als ze zich aandienen
    • Repeatable: problemen wordt herkend en aangepakt op basis van ervaring
    • Defined: de ontwikkelprocessen zijn gestandaardiseerd
    • Managed: nu wordt ook het ontwikkelproces op kwaliteit getoetst en bijgestuurd
    • Optimizing: het ontwikkelproces loopt goed en kan geoptimaliseerd worden

    Cashflow ratio

    Hoe hoger de uitkomst van de cashflow ratio des te eenvoudiger de onderneming aan haar verplichtingen aan de verschaffers van het lang vreemd vermogen kan voldoen. cashflow ratio= (resultaat + afschrijvingen)/ (rentelasten + aflossing op lang vreemd vermogen)

    Cashmanagement

    Het cashmanagement zorgt voor de optimalisatie van financiële stromen binnen de organisatie, naar de bank en naar externe organisaties. Het is vergelijkbaar met logistiek management maar dan voor geld/kasstromen.

    Critical Path Method (CPM)

    De Critical Path Method (CPM) is een netwerkplanningtechniek. Hierbij wordt het kritieke pad van een project vastgesteld. Het kritieke pad zijn de opeenvolgende activiteiten, die de doorlooptijd van het project bepalen. Als 1 van die activiteiten uitloopt, dan loopt het project als geheel uit. Het doel is om de optimale doorlooptijd te bepalen en daarmee tijd en kosten te besparen.

    Capaciteitsmanagement

    Capaciteitsmanagement is het optimaal plannen en toewijzen van de juiste middelen en mensen. Onder capaciteit wordt verstaan de mensen, de materialen en de infrastructuur.

    Centralisatie vs decentralisatie

    Bij centralisatie worden besluiten genomen op een hoger niveau in de organisatie. De besluitvorming is top-down. Voordeel is dat men snel op veranderingen kan reageren en dat er meer uniformiteit binnen de organisatie is. Bij decentralisatie worden besluiten genomen op een lager niveau in de organisatie. Er wordt meer bottom-up gewerkt. Voordeel is meer participatie en verantwoordelijkheid voor medewerkers. Omdat men flexibeler is op lager niveau zullen besluiten beter aangepast zijn aan de specifieke situaties.

    Change management

    Change management houdt zich bezig met met veranderingen in de structuur of de werkwijze van een organisatie. Het change proces moet er zowel voor zorgen dat de veranderingen door de medewerkers worden geaccepteerd als in de organisatie worden doorgevoerd. Meestal zijn hiervoor zowel harde skills als zachte skills voor nodig.

    Competentie management

    Competentie management gaat er vanuit dat een organisatie beter functioneert wanneer men stuurt op competenties (in plaats van bijvoorbeeld op opleiding). Hiervoor worden competentieprofielen ontwikkeld om de juiste taken en de juiste personen te identificeren.

    Contractmanagement

    Contractmanagement is het beheren van contracten die afgesloten zijn met opdrachtnemers. Onder contractmanagement valt het bepalen van de inhoud, het onderhandelen van voorwaarden, het minimaliseren van de risico's en de controle op de naleving.

    Core Competence, kernkwaliteit

    De core competences zijn die aspecten waar een onderneming goed in is. Het geeft de klant een voordeel en het bedrijf een concurrentievoordeel.

    Corporate finance

    Corporate finance of ondernemingsfinanciering heeft als taak het financieren van de onderneming op lange termijn. Omdat men telkens kapitaal aan moeten trekken zal de vermogensmarkt goed in de gaten gehouden worden.

    Crisis management

    Crisismanagement is gericht op het beheersen van een bestaande crisis en op het voorkomen van een toekomstige crisis. Methoden die hierbij toegepast worden zijn o.a. het van te voren bepalen van calamiteitenplannen, procedures, noodscenario's en commandostructuren (crisis management plan).

    Critical chain

    Critical Chain kijkt naar processen en identificeert de bottlenecks die verhinderen dat een proces optimaal verloopt.

    Current ratio

    Current ratio is een kengetal om de liquiditeit van een bedrijf te meten. Het geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen (kortlopende schulden) uit de vlottende activa kunnen worden betaald. Current ratio=vlottende activa/vlottende passiva.

    Diamond model (Porter)

    Een model om het concurrentievoordeel (competitive advantage) van landen te beschrijven. Naast traditionele factoren als plaats, natuurlijke rijkdommen en arbeid worden er 4 andere factoren benoemd die onderling verband houden. Op elke factor kan de overheid invloed uitoefenen. Zo onstaat het diamand model. De factoren die Porter noemt zijn:

  • De strategy, structuur en concurrentie binnen de bedrijven van een land
  • De vraagcondities. Hoe sterker en veeleisender de vraag is, hoe meer de bedrijven in dat land zich zullen verbeteren in producten en diensten
  • Verwante en ondersteunende industrieën in het land
  • Factor conditions: scholing, kapitaal en infrastructuur. Factoren die maakbaar zijn en waarop de overheid invloed kan uitoefenen.
  • Discounted cashflow (DCF)

    De Discounted Cash Flow methode bepaalt de verwachte kasstromen die een organisatie in de toekomst zal genereren. De kasstromen worden ingeschat op basis van relevante gegevens die van de organisatie bekend zijn en het businessplan.

    Delphi methode

    De Delphi methode is een systematische voorspellingsmethode. Een panel van experts buigt zich over de concrete problematiek en geeft een voorspelling. In meerdere ronden worden de experts gevraagd, gebaseerd op de resultaten van de vorige ronde, hun voorspellingen aan te passen. Omdat de verschillen in voorspellingen steeds minder worden is de voorspelling die overblijft het meest aannemelijk.

    Deming Cycle (PDCA)

    De kwaliteitscirkel van Deming is een hulpmiddel voor kwaliteitsmanagement en probleemoplossing. Hierin zijn er vier activiteiten die op alle organisaties van toepassing zijn. Het voortdurend doorlopen van de cyclus zorgt voor betere kwaliteit. De vier stappen zijn:

    • Plan, opstellen van een plan (doelstellingen en processen)
    • Do, voer de geplande processen uit
    • Check, controleer de processen op de uitvoering, meet de resultaten
    • Act, evalueer afwijkingen en resultaten en neem actie. Pas processen aan indien nodig.

    DuPont model

    Het DuPontmodel berekend een zgn. Return on Assets waarbij zowel kengetallen uit de balans als uit de winst & verliesrekening worden meegenomen. Het geeft een indicatie voor de winstgevendheid van een bedrijf.

    Effectief leiderschap (Covey)

    Een zeer bekend managementboek is "De zeven eigenschappen van effectief leiderschap" van Steven Covey waarin hij beschrijft hoe je als leider effectiever kunt zijn en zelf gelukkiger in het leven kan staan. Hij noemt de volgende zeven eigenschappen:

    • Wees proactief: je kan zelf vorm aan je leven geven
    • Begin met het einde voor ogen
    • Belangrijke zaken eerst
    • Denk in termen van win-win
    • Probeer eerst te begrijpen, dan begrepen te worden
    • Werk synergetisch
    • Hou de zaag scherp

    HACCP

    HACCP staat voor Hazard Analysis and Critical Control Points en is een risico-inventarisatie voor voedingsmiddelen.

    IAS

    IAS staat voor International Accounting Standards en geeft regels voor het vastleggen van transacties in financiele verslagen.

    IIP

    IIP staat voor Investors in People. Investeren in mensen wordt daarbij breder gezien dan het investeren in opleiding. In een continu proces is er afstemming tussen de tussen de ontwikkeling/doelen van medewerkers van teams en de organisatie als geheel. IIP gebruikt 'de standaard', een model waarbij de score van de organisatie op 10 indicatoren getoetst worden. Het geeft inzicht in balans tussen organisatie, team en individu en wordt vertaald naar acties ter verbetering.

    INK kwaliteitsmodel

    In het INK-model (Instituut Nederlandse Kwaliteit) wordt gebalanceerd tussen de belangen van de diverse stakeholders van de organisatie. Hierbij wordt voortdurend gewerkt aan kwalitatieve verbetering bij een veranderende omgeving. Het model onderscheidt 9 aandachtsgebieden en 5 fundamentele kenmerken om succesvol te opereren. Zie Quality management voor meer informatie.

    Innovation curve

    De innovation curve laat zien welke stappen een succesvol product doorloopt zodat men zich in de marketing kan richten op de juiste doelgroepen:

  • Innovaters
  • early adapters
  • Early majority
  • Late majority
  • Laggards (achterblijvers)
  • Internal rate of return (IRR)

    De interne rentevoet is de ‘break-even’ rentevoet. Het is de hoogste rente die kan worden betaald op de investering om quitte te spelen.

    ISO

    ISO staat voor Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) en is een internationale organisatie die normen vaststelt. De organisatie is een samenwerkingsverband van nationale standaardisatieorganisaties in 156 landen

    ITIL

    ITIL staat voor Information Technology Infrastructure Library (ITIL) en is een best practice voor het inrichten van de beheerprocessen binnen een ICT-organisatie. Het is ontwikkeld door het Office of Government Commerce (OGC).

    JIT (Just In Time)

    Just in time (JIT) is een logistieke methode voor voorraadbeheersing in manufacturing. Het betekent "net op tijd" en is ontstaan in Japan. De bedoeling is om levering en productie op elkaar af te stemmen zodat er nauwelijks tot geen voorraden in het bedrijf nodig zijn. Een nadeel is dat een verstoring in de toeleveringen het hele productieproces kan stil leggen.

    Kaizen

    Het japanse woord Kaizen staat voor verandering en verbetering en is een methode voor continue verbetering. Er zijn 5 elementen van Kaizen:

  • Teamwerk
  • Zelfdiscipline
  • Verbetering van het moreel
  • Het gebruik van kwaliteitscirkels
  • Suggesties voor verbetering


  • Drie factoren zijn van belang om na te streven:
  • Ondoelmatigheid, redundancy en afval elimineren
  • 5 disciplines voor orde, netheid en schoon houden
  • Discipline
  • Leiderschapscontinuum

    Het continuum gaat over de mate van betrokkenheid van ondergeschikten bij besluiten. Aan het ene eind van het continuum staat de leider die alle beslissingen neemt, aan het andere eind de leider die volledige vrijheid aan zijn ondergeschikten geeft. Het geeft de manager inzicht in de mogelijkheden om de meest effectieve positie te kiezen voor de organisatie waar hij werkt.

    Leiderschapsrollen (Quinn)

    Quinn maakt onderscheid tussen verschillende modellen. De rollen zijn afhankelijk van het model in de organisatie:

    • Het rationeel doel model: productiviteit en winst zijn belangrijk. De rollen zijn Producent (taakgericht en doelgericht) en Bestuurder (visie, planning en organisatie)
    • Het intern proces model: stabiliteit, continuiteit en procedures zijn belangrijk. De rollen zijn Coördinator (als projectmanager) en de Controleur
    • Het human relations model: motivatie, inzet en betrokkenheid zijn belangrijk. De rollen zijn Stimulator (moedigt aan, bouwt een team) en Mentor (ontwikkelt de medewerkers)
    • Het open systeem model: continue aanpassing en een concurrende markt zijn belangrijk. De rollen zijn Innovator (herkent trends en heeft visie) en Bemiddelaar (tussen de organisatie en de buitenwereld)

    Leiderschapsstijlen (Goleman)

    Er zijn meerdere manieren om de stijl van leiderschap te omschrijven. De onderstaande indeling is ontwikkeld door Daniel Goleman.

    • Dwingend: deze stijl vereist directe gehoorzaamheid: "doe wat ik je vertel"
    • Gezaghebbend: mobiliseert de organisatie naar de duidelijke visie van de leider: "volg mij"
    • Affiliatief: de leider maakt 'medestanders' (affilliates) door emotionele binding en saamhorigheid: "de mensen komen op de eerste plaats"
    • Democratisch: de leider creëert consensus door participatie: "wat denk jij er van?"
    • Versneld (pacesetting): de leider zet de prestatienormen hoog en geeft het voorbeeld: "doe nu zoals ik"
    • Coachend: door mensen te coachen en bewust te maken van hun sterke en minder sterke kwaliteiten optimaliseert de leider zijn organisatie: "probeer dit eens".

    Leveraged Buyout (LBO)

    Bij een Leveraged Buyout is de overname van een bedrijf voornamelijk berust op geleend geld, dat later door het overgenomen bedrijf moet worden terug betaald. De activa van het overgenomen bedrijf zijn het onderpand bij de lening. Het voordeel is dat investeerders een bedrijf overnemen met een minimale inzet van eigen kapitaal. Het nadeel is dat het overgenomen bedrijf direct opgezadeld wordt met grote schulden.

    Levers of Control

    Een model voor managers om balans te vinden tussen controle en creativiteit in de organisatie. De levers of control zijn:

  • Diagnostic control systems: het bewaken van de doelstellingen, niet het bewaken van details
  • Belief systems: voor missie, waarde en inspiratie
  • Boundary systems: aangeven waar de grenzen liggen
  • Interactive control systems: open communicatie in de organisatie over kansen en bedreigingen
  • MaBa analyse

    MaBa staat voor Market Attractiveness Business position Assesment. Hierbij kiest men een aantal factoren die de concurrentie positie weergeven van een produkt/markt combinatie. Vervolgens kiest men een aantal factoren die de marktaantrekkelijkheid weergeven van een produkt/markt combinatie. De concurrentiepositie (X-as) zet men uit tegen de marktaantrekkelijkheid (Y-as). Hierna is het gemakkelijker om te bepalen in welke P/M combinaties men wil groeien of investeren, in welke men wil oogsten en welke men wil afstoten.

    Management buy-out (MBO)

    Bij een management buy-out (MBO) wordt een bedrijf of unit uitgekocht (en dus overgenomen) door het zittende management. Men kan bijvoorbeeld besluiten om verliesgevende business units te verkopen en onder een andere (juridische) naam door te gaan.

    Management of Risk (MOR)

    Het MOR Framework bestaat uit vier componenten:

    • De MOR Principes: de beleidskaders voor de uitvoering van het risicomanagement in de organisatie
    • De MOR Approach: 5 management documenten die het gebruik ondersteunen (beleid voor risicomanagement, strategie, procesbeschrijving, risk log en issue log)
    • Het Procesmodel: bepaal de context, identificeer de risico's, inschatting en evaluatie, planning, implementatie en communicatie
    • Embedding and Reviewing

    Managerial grid

    Het managerial grid gaat er vanuit dat er twee belangrijke aandachtspunten in een organisatie zijn: de taken/productie en de mensen. Het grid is een rooster met op de x-as de aandacht voor productiviteit en op de y-as de aandacht voor de mensen/relaties. Een ideale manager scoort op beide hoog.

    MoSCoW

    MoSCoW is een afkorting die prioriteiten aangeeft, meestal binnen de eisen van een project:

  • Must have this
  • Should have this if at all possible
  • Could have this if it does not affect anything else
  • Would like to have but won't have this time around
  • Multi channel marketing

    Van meerdere marketing kanalen gebruik maken die elkaar kunnen versterken: telefoon, fax, krant, magazine, radio, televisie, internet.

    NEN

    NEN is de afkorting van Nederlandse Norm. NEN beheert de voor Nederland geldende normen op zeer uiteenlopende gebieden. NEN normen zijn niet bindend voor de wet. NEN conformeert zich vaak aan ISO, de internationale standaard.

    Net present value, NPV

    De Net present value (Netto Contante Waarde) is een methode om investeringen in verschillende jaren te vergelijken, waarbij rekening wordt gehouden met het (gewenste) rendement van deze investeringen.

    Pareto analyse (80/20 analyse)

    De 80/20 regel gaat er van uit dat een klein aantal oorzaken (of inzet) verantwoordelijk is voor het grootste deel van de resultaten. Bijvoorbeeld dat 80% van de problemen wordt veroorzaakt door maar 20% van de oorzaken. Of 20% van de klanten zorgt voor 80% van de omzet etc. Het is dus van belang om telkens op de 20% te concentreren.

    Parkinson's Law

    De wet van Parkinson geeft aan dat als men meer tijd voor een taak krijgt, deze tijd ook gebruikt gaat worden: "work expands to fill the time available for its completion."

    PEST analyse

    De PEST-analyse (ook STEP-analyse genoemd) is een model dat macro-factoren beschrijft die invloed hebben op een organisatie. Het wordt gebruikt voor omgevingsscans en de sterkte-zwakte analyse.

  • Politieke factoren: belastingbeleid, milieuvoorschriften, handelsbelemmeringen en politieke stabiliteit
  • Economische factoren: economische groei, rente, wisselkoersen en inflatiecijfer.
  • Sociale factoren: gezondheid, welzijn, culturele aspecten, bevolkingsgroei, leeftijdspreiding, carrièregedrag.
  • Technologische factoren: outsourcing, research & development activiteiten, automatisering, technologiesubsidies.

  • Men maakt men van PEST ook wel DEPEST of DESTEP waarbij er twee extra factoren zijn toegevoegd: Demografisch en Ecologisch.

    Piramide van Maslow

    Maslow's piramide geeft een hiërarchie aan in de behoeften van mensen die in volgorde worden nagestreefd:

  • Organische of lichamelijke behoeften. Dit zijn de behoeften aan voedsel, drinken en overleving
  • Behoefte aan lichamelijke veiligheid en zekerheid, het individu gaat veiligheid zoeken in een georganiseerde kleine of grote groep
  • Behoefte aan saamhorigheid, behoefte aan vriendschap, liefde en positief-sociale relaties
  • Behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect. Er wordt belang gehecht aan de status in sociaal verband
  • Behoefte aan zelfverwerkelijking. Er is de behoefte om zijn persoonlijkheid en zijn mentale groeimogelijkheden te ontwikkelen
  • PMBoK

    PMBoK (Project Management Body of Knowledge) is een projectmanagement methode uit de USA gebaseerd op best practices. Het is een proces-based methode en definieert 42 processen die in 5 procesgroepen vallen en in 9 kennisgebieden. Kijk voor meer informatie op Project management.

    Projectmatig Creëren (PMC)

    PMC is in Nederland ontwikkeld en heeft een andere invalshoek dan PRINCE2 en PMBoK. Het is voornamelijk gebaseerd op de menselijke aspecten van het werken in een project. Commitment van mensen staat hierbij centraal. Er wordt gezocht naar de relatie tussen het project en het belang van elke betrokkenen. Kijk voor meer informatie op Project management.

    PRINCE2

    PRINCE (Projects in Controlled Environments) is de bekendste projectmanagementmethode. De methode komt uit het Verenigd Koninkrijk. In 1996/1997 is PRINCE2 uitgebracht. De methode is procesgeoriënteerd en maakt gebruik van een gedefinieerde processtructuur. Belangrijk is dat er een voortdurende zakelijke rechtvaardiging moet zijn tijdens het project die getoetst wordt door een Business Case. Kijk voor meer informatie op Project management.

    Product Life Cycle (PLC)

    De Product life cycle (Productlevenscyclus) wordt gebruikt om te onderzoeken welke marketingstrategieën op een bepaald moment het best kunnen worden toegepast op een bepaald product. Elk product doorloopt een viertal verschillende fasen: introductie, groei, volwassenheid, terugval.

    Programmamanagement

    Project en projectmanagement kan deel uit maken van een groter geheel dat als programmamanagement wordt omschreven. Resultaten (of producten) die ontstaan uit projecten moeten passen in het groter geheel. Programmamanagement houdt zich dan ook bezig met het bereiken van doelen, het beleid en verandermanagement.

    Quick ratio

    Quick ratio, of acid test ratio meet de liquiditeit van een bedrijf maar houdt rekening met de voorraden. Het geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen uit de vlottende activa kunnen worden betaald. Hier worden alleen de voorraden, in tegenstelling tot de current ratio, niet meegerekend. Deze kunnen vaak niet geheel verkocht worden omdat daarmee de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Bovendien is er bij gedwongen verkoop meestal verlies van waarde. Quick ratio= (vlottende activa - voorraden)/vlottende passiva

    Rentabiliteit

    Rentabiliteit totaal vermogen:
    De rentabiliteit van het totaal vermogen (afgekort tot RTV, Engels: Return on Assets, afgekort ROA) is een kengetal dat de winstgevendheid aangeeft van het gemiddeld totaal vermogen vóór aftrek van de interest =winst/totaal vermogen.

    Return On Investment (ROI)

    De Return on Investment is een ratio waarbij het resultaat uitgedrukt wordt als percentage van het vermogen dat geïnvesteerd is.

    Scopecreep

    Scopecreep is het fenomeen waarbij de scope van een project langzaam en bijna ongemerkt wordt uitgebreid zonder dat een nieuwe scope is vastgesteld. Hierdoor wordt geld en tijd besteed aan activiteiten die niet zijn begroot. Het is een risico voor ieder project.

    Situationeel leiderschap (Blanchard en Hersey)

    Het situationeel leiderschap gaat er van uit dat de leiderschapsstijl afhankelijk is van de situatie. De situatie bepaalt twee factoren: de mate van dirigeren en de mate van steun. Er zijn dan 4 situaties:

    • Leiden, sturen: veel dirigeren, weinig ondersteunen
    • Coachen: veel dirigeren, veel ondersteunen
    • Participeren: weinig dirigeren, veel ondersteunen
    • Delegeren: weinig dirigeren, weinig ondersteunen

    SIVA-model

    Een model om klantgerichter te denken dan de 4P standaard. SIVA staat voor Solution, Information, Value, Access. Alle kenmerken nemen de klant als uitgangspunt in plaats van het product.

    Six Sigma

    Six Sigma is een term die oorspronkelijk gebruikt werd om een foutkans te weer te geven in een getal (de Six Sigma foutkans = 0,00034%). Als quality management methode geeft het aan dat kwaliteitsprocessen statistisch te meten moeten zijn. Hiervoor worden twee kwaliteitscirkels gebruikt:

  • Bestaande processen en producten, DMAIC: Define, Measure, Analyze, Improve, Control
  • Nieuwe processen en producten, DMEDI: Define, Measure, Explore, Develop, Implement
  • SMART

    SMART is gekoppeld aan aan het stellen van doelen. Doelstellingen horen conform SMART zijn:

    • Specifiek
    • Meetbaar
    • Uitvoerbaar (engels: achievable)
    • Realistisch
    • Tijdsgebonden

    Solvabliteitsratio

    De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de onderneming in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend als een verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Een methode is het bekijken in hoeverre het in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Er wordt gekeken of in de situatie van liquidatie de verschaffers van het vreemde vermogen kunnen worden betaald. De solvabiliteitsratio = eigen vermogen/totaal vermogen.

    Sunk Costs

    Het al geïnvesteerd vermogen dat hoe dan ook weg is, of het project nu doorgang vindt of niet (telt niet mee bij de go/no go beslissing).

    SWOT Analyse

    SWOT geeft aan wat men moet inventariseren om de mogelijkheden aan te geven bij ontwikkeling / keuze van de organisatie in een bepaalde richting. Er wordt gekeken naar:

  • Strength: wat zijn de sterke punten van de organisatie
  • Weakness: wat zijn de zwakke punten van de organisatie
  • Opportunities: welke kansen zijn er
  • Threads: op welke wijze bedreigt de omgeving de bedoelde ontwikkeling
  • Teamrol management / Teamrollen van belbin

    Rollen die personen spelen in een team. Een goed team is een balans van de volgende rollen:

    • De Bedrijfsman: nuchter, ordelijk en taakgericht. De harde werker, met een groot praktisch inzicht en organisatietalent. Betrouwbaar, consciëntieus en plichtsgetrouw, gaat op zeker.
    • De Brononderzoeker: extravert, enthousiast en avontuurlijk. De netwerker, die makkelijk contacten legt en onderhoudt en altijd op zoek is naar nieuwe kansen en mogelijkheden.
    • Plant: solistisch, rijk aan verbeelding en fantasie. Een creatieve denker en vrije geest, die met originele invallen en oplossingen komt en buiten de gebaande paden treedt.
    • Monitor: verstandig, bedachtzaam en kritisch. De analyticus, koel en objectief, die over veel kennis beschikt, alle voors en tegens in kaart wil brengen en beslissingen zorgvuldig wil afwegen.
    • Vormer: extravert en dynamisch, gepassioneerd en wilskrachtig. Sterke drang om te presteren, zoekt de uitdaging, gaat tot het uiterste en weet mensen in beweging te krijgen.
    • Voorzitter: de natuurlijke coördinator, die de procedures aangeeft, bedoelingen verheldert en samenvat wat iedereen wil. Heeft een goede antenne voor de talenten van anderen.
    • Zorgdrager: nauwgezet, zorgzaam en zorgvuldig. Voelt aan wat er mis kan gaan, bewaakt de kwaliteit en de veiligheid en kan goed dingen afmaken. De perfectionist en piet precies.
    • Groepswerker: behulpzaam en attent, gericht op het scheppen van sfeer en het zoeken van de onderlinge verbinding. Bezit tact en diplomatie en kan met iedereen overweg.
    • Specialist: de toegewijde vakman. Een stille eenling, die zich in een team niet zo thuis voelt, en zijn bijdrage levert door veel te weten van een doorgaans beperkt vakgebied.

    Theory of constraints

    De Theory of Constraints is een methode om de doorlooptijd van een proces verbeteren. Door de bottlenecks (constraints) in een keten op te heffen, wordt de keten als geheel verbeterd.

    Top-down vs Bottom-up

    Bij centralisatie worden besluiten genomen op een hoger niveau in de organisatie. De besluitvorming is top-down. Voordeel is dat men snel op veranderingen kan reageren en dat er meer uniformiteit binnen de organisatie is. Bij decentralisatie worden besluiten genomen op een lager niveau in de organisatie. Er wordt meer bottom-up gewerkt. Voordeel is meer participatie en verantwoordelijkheid voor medewerkers. Omdat men flexibeler is op lager niveau zullen besluiten beter aangepast zijn aan de specifieke situaties.

    Total cost of ownership (TCO)

    TCO zijn alle kosten (over een langere periode) die gemoeid zijn met het verkrijgen en bezitten van activa. De TCO van bijvoorbeeld software kan zijn de aanschafkosten, de implementatiekosten, de opleidingskosten en de onderhoudskosten.

    Total Quality management (TQM)

    Total Quality Management is gericht op voortdurende verbetering van de bedrijfsprestaties met het oog op de klanteisen en de bedrijfsstrategie. Personen die zich bezig gehouden hebben met de ontwikkeling van TQM zijn o.a. Deming, Wheeler, Hammet en Juran. Het is voor een organisatie efficiënter om de activiteiten direct goed te doen door te werken met kwaliteitsstappen en een kwaliteitsproces. Het bespaart de organisatie veel tijd, niet werkende producten en kosten voor serviceverlening. Kijk voor meer informatie op Quality management.

    Treasury

    Treasury houdt zich bezig met het beheren van het geld van de onderneming, het beheersen en besturen van de financiële posities, de kosten en de risico's. Risico's die financieel vaak bekeken worden zijn kredietrisico, liquiditeitsrisico, renterisico, solvabiliteitsrisico en het valutarisico.

    Value Based Management

    Een management methode waarbij constant gestuurd wordt op (aandeelhouders)waarde. Er zijn 3 elementen in VBM:

  • Het creëren van waarde: hoe het bedrijf de toekomstige waarde kan verhogen
  • Managing for value
  • Waardemeting
  • Value chain model

    Een waardeketen is een keten van activiteiten. Producten passeren de activiteiten van de keten en verwerven bij iedere activiteit waarde. De keten als geheel heeft hierbij meer toegevoegde waarde dan de som van de afzonderlijke delen. Een concurrentievoordeel of kracht van een bedrijf kan pas gezien worden als de waarde keten is bepaald.

    Venture capital

    Venture capital (durfkapitaal) is het investeren/financieren van ondernemingen met een hoog risico. Bijvoorbeeld startende bedrijven met nog niet bewezen concepten.

    Vijfkrachtenmodel (Porter)

    Het vijfkrachtenmodel heeft als doel het winstpotentieel van een markt te bepalen. Dit potentieel wordt beïnvloed door vijf krachten:

    • De macht van leveranciers
    • De macht van afnemers
    • De mate waarin substituten en complementaire goederen verkrijgbaar zijn
    • De dreiging van nieuwe toetreders tot de markt
    • De interne concurrentie van spelers op de markt.

    Werkkapitaal

    Werkkapitaal (ook wel nettowerkkapitaal) is het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een onderneming en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Werkkapitaal = vlottende activa - kort vreemde vermogen.